het behoud van het erfgoed

Het fantastische decor van Pairi Daiza kreeg zijn huidige vorm doorheen 8 woelige eeuwen geschiedenis. Het loont beslist de moeite om even stil te staan bij dit rijke verleden en in het bijzonder bij de overblijfselen van de oorspronkelijke cisterciënzerabdij. Uw wandeling leidt u langs de hoge toegangspoort, de sierlijke waterput, de crypte, de abdijtoren, de monumentale trap en een ridderlijk grafmonument.

Natuur en Erfgoed - 850 jaar geschiedenis

De Grote Poort

Beste reizigers, dit is het moment om alles achter u te laten, de buitenwereld met zijn auto's, snelheid, de vervuiling, de kleine ongemakken... Neem de tijd om diep in te ademen, te ontspannen en rustig rond te kijken. Een erehaag van oude lindebomen leidt u naar de Grote Poort, de monumentale wachtpost van het park. Vanop een aanzienlijke hoogte waakt de witstenen Onze-Lieve-Vrouw van Cambron over haar eeuwenoude domein.

De Abdijtoren, van het dak tot de onderaardse crypte

De, in de XVIIIde eeuw, gebouwde toren is weinig veranderd. Hij ziet er nog vrijwel hetzelfde uit. Enkel de koepel en het dak zijn verdwenen. Met zijn 54 meter hoogte overheerst hij het domein en haar omstreken. Zijn majestueuze klassieke stijl contrasteert op interessante wijze met het sobere, geblokte karakter van de St.-Bernardustoren, die veel ouder is. De abdijkerk uit het roemrijke verleden had destijds meer weg van een verbouwde, witgekalkte, schuur.

Aan de voet van de toren ligt een ondergrondse zaal die overkoepeld wordt door twaalf kruisribgewelven. Er is nog steeds geen duidelijkheid over haar functie: overblijfsel van een oude parochiekerk die verloren is gegaan bij de oprichting van de abdij? Een koelkelder? Wanneer we deze ruimte met de kelders van de Bourgondische cisterciënzerabdijen vergelijken, dan vinden we inderdaad een treffende gelijkenis: dezelfde zuiverheid in stijl, dezelfde  doorgedreven harmonie en evenwicht en dezelfde bewerking van de stenen.

De crypte staat in verbinding met de ondergrondse ruimtes van het domein. Bij vijandelijke aanvallen vormden dit een vluchtweg voor de monniken naar Bergen of Aat (de straatnaam rue de Cambron in Aat is hiervan nog een stille getuige).

De monumentale trap

Zes eeuwen na zijn oprichting vertoont de abdij van Cambron geen enkele gelijkenis meer met de bescheiden opzet van weleer. Het ultieme bewijs van de lust naar rijkdom die zich van de monniken meester had gemaakt, vinden we in de bouw van de monumentale trap terug.

Op de overgang van de vijvers naar de hoger gelegen abdijgebouwen vinden we de 3-delige trap, met een doorgang in het middelste gedeelte. Deze grandioze realisatie gaf bij de lokale bevolking aanleiding tot onbegrip en uitspraken zoals "Cambron de bedorvene". Wanneer men dit bouwwerk vergelijkt met de tafel der monniken aan de oever van de vijver, wat niets meer is dan een stenen blad in de nabijheid van een verfrissende bron, dan begrijpt men onmiddellijk de wrevel.

Deze trap uit 1776 inspireerde de keizer van Oostenrijk, Jozef II, tot volgende uitspraak: "deze trap is misschien wel één van de mooiste van Europa maar ik betwijfel of hij naar het paradijs leidt".

Uit wraak, zo beweert een hardnekkige legende, zouden de broeders het portret van de keizer aan de voet van de toren verbrand hebben. Deze daad bracht hen enkel onheil: 13 jaar later klasseerde de keizer Cambron namelijk als nutteloze abdij. De Franse Revolutie deed de rest. Het patrimonium van de monniken van Cambron werd geklasseerd als nationaal erfgoed.